31/08/2019

1 september 2019 2 Door Marc Vander Putten

Genoeg over fietsen, het is nooit mijn bedoeling geweest om mijn blog te beperken tot één onderwerp. Hoeveel kun je trouwens vertellen over dit onderwerp? Als ik iets interessant te melden heb lezen jullie het wel… Oorspronkelijk was fietsen zelfs niet voorzien in de thema’s waar ik het in mijn blog wou over hebben. Mijn bedoeling was eerst en vooral om jullie, lezers, te overdonderen met betweterige overpeinzingen over de wereld. Bij deze.

zal ik het “mijn tuin” wel noemen?

De wereld, dus. Laten we klein beginnen, met mijn eigen tuin, onze tuin. Het voelt wel raar aan, te denken dat wij, stervelingen, eigenaars kunnen zijn van een stukje aarde. Met welk recht, als je er goed over nadenkt? Is “mijn tuin” niet evengoed dat van de miljoenen mieren die er huizen, van de vogels die in de bomen hun nest maken, van de zwerfkatten die diezelfde nesten komen leegeten? Van de bloemen en planten die er groeien? Je zult zeggen: die bloemen en planten, je hebt ze wel gekocht, dus… Wel, eigenlijk niet helemaal.

Nu moet je weten: ik ben nooit een grote fan geweest van afgelikte tuinen, met haagjes en perkjes en minutieus onderhouden pelouses. Mijn droomtuin leek meer op de boomgaarden van mijn jeugd. Fruitbomen die moeilijk te bereiken zijn door wildgroei.

Ik geef ook toe: ik heb niet bepaald “groene vingers”, het onderhouden van gras, bloemen en hagen behoort niet tot mijn favoriete bezigheden. Niet dat ik het absoluut niet graag doe, maar als ik kan kiezen zal ik toch maar iets anders doen.

Stel je dan voor wat mijn reactie was toen ik onlangs las dat het goed zou zijn voor het milieu mocht iedereen zijn tuin een beetje laten verwilderen, teruggeven aan de grillen van de natuur. Dit zou de biodiversiteit een duwtje in de rug geven. Helemaal mijn ding!

Ik kon Annie overtuigen om een deel van het gras niet meer te maaien. Na een tijd groeide het tot wat gras echt moest worden, met ook allerlei andere planten ertussen. Laten we ze voorlopig “onkruid” noemen.

het onkruid

zelfst.naamw.

Uitspraak:  ɔnkrœyt]

planten die groeien waar je niet wilt dat ze groeien

Voorbeeld:  `onkruid wieden`
Onkruid vergaat niet.  (<grappig bedoeld commentaar op iemands onveranderlijkheid of op het feit dat hij of zij nog leeft>)

© Kernerman Dictionaries.

De definitie zegt het zelf: wij, mensen, bepalen zelf wat onkruid is. Het is niet zo dat onkruid bepaalde kenmerken heeft dat het slecht maakt, of gevaarlijk. Neen, meestal past het gewoon niet in wat wij, mensen, als “mooi” beschouwen. That ’s it. Die planten hebben ook de vervelende eigenschap om te blijven opduiken, ook als we tonnen van dat heerlijk goed glifosaat op onze perken gieten. Of we steken ze uit, zoals die buurvrouw die dagenlang op haar knieën in het gras zit in een hopeloze poging om paardenbloemen uit haar leven te bannen. Ze doet dit al jaren… Ik denk dat het voor haar een soort meditatie is, niets verkeerd aan.

Waar we moeten tegenop boksen: de diep gewortelde vooroordelen over wat een tuin “mooi” maakt. Het is altijd eigen geweest aan de mens om de natuur naar zijn hand te zetten, voor utilitaire (landbouw, woonst,…) of esthetische redenen. Tegelijk trekken we op vakantie naar de “natuur”, om te “herbronnen”. Zo hebben we een heel duale relatie met de natuur: het schrikt ons af en trekt ons aan. We gaan “op den buiten” leven om te ontsnappen aan de drukte van de stad, bouwen een mooie villa op een groot lap grond, leggen een tuin aan om vervolgens een tuinman aan te stellen die met zijn zware en luide machines ons stukje paradijs komen onderhouden, lees het zo steriel mogelijk maken. In mijn buurt gaat er geen dag voorbij zonder dat de zomerse rust wordt onderbroken door hun motoren. Als je er goed over nadenkt: surrealisme op zijn Vlaams.

Surrealisme op zijn Vlaams: de natuur naar ons hand gezet.

Terug naar onze eigen tuin. Wat ik ergens wel had verwacht, is gebleken: de afkeuring van de buurt. Want, een tuin, dat moet je onderhouden, dat moet proper blijven, vooral niet verwilderen. Ik begrijp het wel, zo’n diepgewortelde gewoontes worden niet in één generatie omvergeworpen. “Onkruid” heeft lak aan territorium, hagen en hekken en vindt dus ook een weg bij de buren. Met het motto: mijn vrijheid eindigt waar de vrijheid van mijn buur begint, heb ik dus een “propere” baan langs de hagen ingesteld.

Wat mij wel deugd doet: kinderen malen niet om die conventies, de kleinkinderen vinden het hooggras geweldig om in te spelen. En voor mij hebben zij altijd gelijk…

Fran en Ellis zijn er dol op: ravotten in het hooggras. We hadden opzettelijk een deel van het gras “proper” gehouden voor hen, maar zij verkiezen de natuur. Papa en mama checken ’s avonds wel voor teken en luizen.

En, for the record: ja, ik vind mijn eigen tuin mooier dan die van de buren, nah!